Technische installaties

Een goede honderd jaar geleden was van dergelijke technische voorzieningen en installaties nog nauwelijks sprake. Water was bij de pomp verkrijgbaar en afvalwater liep via de gootsteen naar buiten. In de steden haalde men het water uit pompen die vaak niet ver verwijderd stonden van de beerputten met privaat.

Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw kwamen in de grote steden nutsvoorzieningen voor water, gas en riolering tot stand. Daarna verschenen ook de eerste centrale verwarming en ventilatie in nieuw gebouwde patriciërswoningen.

Het platteland volgde pas veel later. De meeste boerderijen bleven tot ver na de Tweede Wereldoorlog voor een groot deel zelfvoorzienend. Voor licht en warmte diende een voorraad olie en hout. Elektriciteit drong hier het eerste door.

Waterleiding

In veel gebouwen is de waterleiding in de loop der tijd steeds verder uitgebreid. Ook zijn vaak oude stukken afgetapt. Daarnaast worden bij restauraties en verbouwingen leidingen weggewerkt in muren.

Door dergelijke ingrepen is lang niet altijd duidelijk waar de in gebruik zijnde leidingen precies lopen. Vochtplekken die geweten worden aan bijvoorbeeld regendoorslag, blijken soms het gevolg van een lekkende waterleiding.

Ook moet bij aanpassingen van het leidingenstelsel worden voorkomen dat water langdurig kan stilstaan in leidingen; dan kunnen zich namelijk schadelijke bacteriën ontwikkelen.

Riolering

Aanvankelijk werd afvalwater afgevoerd via loden pijpen. Later werden zware gietijzeren pijpen gebruikt. Pas in de jaren zestig ging men over op kunststofpijpen.

Voor de afvoer van afvalwater en regenwater buitenshuis gebruikte men gresbuizen. Dit zijn geglazuurde buizen van gebakken klei. De afvoerbuizen kwamen samen in een gemetselde verzamelput. Vandaar liep het water via een overstort naar de sloot of het riool. De riolering van de toiletten liep vroeger via een septic tank naar het riool. Bij verbouwingen en vernieuwingen komen resten van deze veelal vrij forse verzamelputten en rioleringen nog vaak tevoorschijn.

Heeft u een oudere woning dan is de kans groot dat u nog ouderwetse gresbuizen onder de grond heeft liggen. Oude gresbuizen kunnen door druk – bijvoorbeeld van auto’s op een oprijpad – barsten en dichtgedrukt worden. Dit veroorzaakt verstoppingen die alleen verholpen kunnen worden door een nieuw (kunststof ) riolering aan te leggen. Boomwortels kunnen ter plaatse van aansluitingen of scheuren de gresbuizen binnendringen en verstopping van de riolering veroorzaken. Bij schade aan rioolbuizen en verzamelputten spoelt veel grond de riolering in, waardoor naburige funderingen kunnen verzakken.

In oude woonhuizen bevinden zich vaak nog delen van oude loden afvoerstelsels. De overheid wil deze in verband met het gevaar voor de volksgezondheid zo snel mogelijk saneren.

Verwarming

Vroeger werden slechts een of enkele vertrekken van een gebouw verwarmd. Het comfort was beperkt. Oude stadshuizen hadden een zogenaamde binnenhaard, een vertrek omringd door luchtbuffers van voorhuis, achterhuis, eventueel gang en zolder. De binnenhaard was het vertrek waar men woonde, kookte en sliep. Afhankelijk van grootte en rijkdom kregen naderhand ook andere vertrekken verwarming.

Pas aan het einde van de negentiende eeuw kwam bij de elite de centrale verwarming in gebruik. Een modaal gezin stookte tot 1960 alleen een kolenhaard in de woonkamer. Met het aardgas van Slochteren deed de centrale verwarming ook in gewone huizen haar entree. Het energie verbruik steeg meteen fors.

Tegenwoordig wordt er nauwelijks nog gestookt op kolen en ook de oliegestookte verwarming loopt op zijn eind. Gastoestellen bewijzen al een halve eeuw hun dienst en zijn sterk doorontwikkeld. Ze leveren een steeds beter rendement en zijn vaak uitgevoerd met een gesloten verbrandingssysteem. Dit betekent dat de zuurstof voor de verbranding via de dubbelwandige rookgaspijp wordt onttrokken aan de buitenlucht en dat de rookgassen via dezelfde pijp naar buiten worden afgevoerd. Hierdoor is een schonere verbranding mogelijk en is er nauwelijks kans op koolmonoxidevergiftiging.

Onverstandig stookgedrag kan met name voor oude gebouwen vervelende gevolgen hebben. Voorzichtig stoken voorkomt dat balken en betimmeringen kapot scheuren. Een vertrek kan het best vroegtijdig en geleidelijk worden opgewarmd. Een zo constant mogelijke temperatuur is altijd het beste. Een goede klokthermostaat met een aangepaste stooklijn is hierbij een uitkomst. Er kan ook worden gekozen voor lage temperatuursverwarming. Consequent niet verwarmen kan ook een oplossing zijn, mits er voldoende wordt geventileerd.

Lees meer

Ventilatie

Ventileren is het tegenover elkaar openen van minimaal twee deuren of ramen op kierstand, waardoor lucht kan circuleren. Bij het openen van één raam of deur spreken we van luchten.

Oude huizen werden, totdat in de tweede helft van de twintigste eeuw de nationale kierenjacht begon, onopzettelijk geventileerd via spleten rond ramen en deuren en via niet-geïsoleerde kappen. Buiten de woonkamer en keuken bleven de meeste vertrekken bovendien onverwarmd en omdat het gebouw intensief werd gebruikt, bestond er een aanzienlijke luchtstroom als gevolg van de verplaatsingen van de bewoners. Het beste voorbeeld hiervan is de kelderruimte. Vroeger werd deze dagelijks gebruikt om er voorraad op te slaan en weg te halen. Nu deze ruimten nauwelijks meer worden gebruikt, wordt de lucht hier in veel gevallen onvoldoende ververst.

De combinatie van het dichtstoppen van elke kier, het inpakken van oude constructies in isolatiedekens, het stoken van centrale verwarming en het benutten van iedere kubieke meter in een gebouw, blijkt voor oude gebouwen vaak ongunstig uit te pakken. Binnen geïsoleerde constructies ontstaan condensatieproblemen, waarbij vocht neerslaat op balkkoppen die vervolgens versneld inrotten. Gebrek aan ventilatie zorgt ook voor schimmels, met name achter kasten of bankstellen die tegen een buitenmuur staan.

Lees meer

Elektriciteit

Na de Eerste Wereldoorlog werd de aanleg van elektra algemeen. In de jaren dertig probeerde de overheid met speciale campagnes en affiches het gebruik van elektrische apparaten te stimuleren. De eerste installaties bestonden meestal uit niet meer dan een peertje (lichtpunt) en een stopcontact in de belangrijkste kamers. Kenmerkend waren de ijzeren mantelpijpen, de bakelieten schakelaars en het stroomdraad met rubberisolatie, omsponnen met katoendraad; in de volksmond ‘stoffen bedrading’ genoemd. Dit rubber is door veroudering vaak verpulverd, zodat het stroomdraad bloot komt te liggen. In veel oude panden zijn restanten van deze installaties nog aanwezig. Vaak is de installatie diverse malen uitgebreid of gedeeltelijk vervangen, zodat het een ratjetoe van oude en nieuwere stukken is. Dit levert gevaarlijke situaties op. Ook is vaak sprake van overbelasting vanwege het ontbreken van voldoende groepen. Bij het aantreffen van dergelijke oudere delen is het raadzaam een erkend installateur in te schakelen en de afgedankte delen van de installatie te laten verwijderen.

Bruine streepvormige verkleuring in het pleisterwerk wijst op aantasting van ijzeren elektriciteitspijpen in een doorgaans vochtige muur. De enige afdoende oplossing is om met een metaaldetector het leidingverloop vast te leggen en de leidingen te vervangen door kunststof exemplaren.

In verband met de veiligheid worden de oude stoppenkastjes steeds meer vervangen door een nieuwe groepenkast met aardlekschakelaar. Deze schakelt bij kleine lekstroompjes de installatie uit. Hierdoor is de kans dat personen en apparaten onder stroom komen te staan, vrijwel uitgesloten. Gevaarlijk is het ontbreken van een goede aarding, vooral in badkamers en andere ‘natte ruimtes’ en bij ijzeren leidingen zoals van de verwarming.

In de laatste decennia is op veel plaatsen een wirwar van bedradingen aangelegd ten behoeve van computers en andere systemen. Samen met de verschillende knooppunten van stekkers en verlengsnoeren zijn dit potentiële risico’s voor kortsluitingen. Als mensen die in zo’n pand werken of verblijven iets overkomt door een ondeugdelijke installatie, is de eigenaar aansprakelijk. Deze heeft de zogenoemde zorgplicht.

 

Deel dit artikel: LinkedIn Google+