Metselwerk

Metselwerk is, net als onze huid, zeer kwetsbaar en gevoelig voor kneuzing en mishandeling. Dit geldt in het bijzonder voor het voegwerk als afwerking van deze huid. Herstel van metselwerk gaat helaas vaak gepaard met grove ontsporingen. Om een aantal redenen is dat jammer.

  • Origineel metsel- en voegwerk verschaft veel informatie over de geschiedenis van het bouwen en is daarom een belangrijk bouwhistorisch gegeven.
  • Het metselwerk bepaalt ook in hoge mate het karakter van een gebouw. Een muur van moderne strengpersstenen, platvol doorgestreken, oogt heel anders dan een muur van handgevormde gevelklinkers met een gesneden voeg.
  • Het uiterlijk van een gebouw bepaalt voor een belangrijk deel de monumentale waarde

Op wijzigingen in het uiterlijk is men erg alert. Voor groot herstel van het oorspronkelijke metsel- en voegwerk is bij monumenten een vergunning nodig (op grond van artikel 11 van de Monumentenwet). Dit geldt ook voor het grondig reinigen van gevels.

Preventieve maatregelen

Veel in baksteen uitgevoerde gevels zijn gevoelig voor te hoge vochtbelasting. Een aantal preventieve maatregelen kan ervoor zorgen dat minder snel schade ontstaat:

  • Als het terrein rond het gebouw afloopt of goed afwatert, voorkomt men hoge waterconcentraties bij de fundering
  • Bomen die te dicht bij het gebouw staan, verstoren de waterhuishouding. De wortels kunnen bij ondiep gefundeerde gebouwen zelfs de fundering omhoog drukken.
  • De waterhuishouding rond het gebouw dient in orde te zijn. Het dak is uiteraard lekdicht en goten en hemelwaterafvoeren worden regelmatig schoongemaakt.
  • Voorkom bij sneeuw en ijs het strooien van zout op muren, trappen etc. De zouten trekken in het metselwerk en zorgen voor veel schade aan voegwerk en gepleisterde plinten.
  • Begroeiing met klimplanten (zoals klimop en bruidssluier) is niet bevorderlijk voor de conditie van de muren en zeker niet voor het hout- en lijstwerk en voor goten.
  • Uitgesleten en verzand voegwerk neemt veel vocht op en moet dus tijdig worden hersteld.
  • Naden en oudere scheuren moeten regelmatig worden gecontroleerd op beweging.
  • De aansluitingen tussen houtwerk en bouwdelen enerzijds en het metselwerk anderzijds moeten goed dicht blijven.
  • Water dat op baksteen blijft staan kan leiden tot ernstige vochtschade. Het zakkende water verstoort de vochthuishouding. Dat geldt ook voor uitstekende randen of lijsten. Deze kunnen vaak door een aangepaste afdekking met lood, zink of koper beschermd worden.
  • Tegen graffiti kan bijvoorbeeld stekelig, ondoordringbaar laag struikgewas worden geplant of extra verlichting worden aangebracht. Een andere oplossing is het aanbrengen van een preparaat waarop graffiti niet hecht. Het preparaat mag de vochthuishouding in de muur echter niet verstoren.
  • Algen veroorzaken geen schade en kan men rustig laten zitten.

Schade en herstel

Goed gemetselde muren kunnen heel lang mee. Toch kan wel degelijk schade ontstaan. Het achterhalen van de oorzaak van de schade, zo nodig met hulp van een deskundige, is het begin van de oplossing:

  • Plaatselijk herstel voegwerk

Bij het vernieuwen van uitgesleten of verzand voegwerk is de grote vraag altijd wanneer en hoeveel voegwerk moet worden vervangen. Daarbij gaat het om het spanningsveld tussen behouden en vernieuwen. De monumentenzorger neigt vooral naar behouden: sober en doelmatig onderhoud uitvoeren en alleen vernieuwen wat strikt noodzakelijk is. De eigenaar/beheerder wil vaak vooral een perfect en oogstrelend resultaat. De aannemer wil in verband met de aansprakelijkheid zo weinig mogelijk risico lopen en haalt bij voorkeur al het voegwerk dat enige twijfel oproept eruit. Plaatselijk herstel van voegwerk is dan soms moeilijk te verkopen.

Toch moet men in eerste instantie zeer terughoudend zijn met het vervangen van voegwerk. Als er sprake is van plaatselijk beschadigd voegwerk, dienen alleen deze zones te worden hersteld. Het omringende historische voegwerk wordt behouden. Het nieuwe voegwerk dient qua kleur, samenstelling en uitvoering zo goed mogelijk overeen te komen met het omringende oude voegwerk.

  • Vervanging voegwerk

Als er sprake is van kwalitatief slecht voegwerk dat over grote oppervlaktes is aangetast, dan is het beter om het voegwerk volledig te vervangen. Uiteraard door voegwerk van een goede kwaliteit. Voor het volledig vervangen van voegwerk dient altijd een monumentenvergunning te worden aangevraagd bij de gemeente waarin het pand staat. Voor plaatselijk herstel met dezelfde soort voeg is geen vergunning nodig.

  • Vervanging metselwerk

Zones met beschadigd metselwerk kunnen vaak hersteld worden door het slechte metselwerk voldoende diep weg te hakken, waarna in de vrijgekomen ruimte goede tweedehandsstenen of passende nieuwe stenen worden ingeboet. De aan te brengen bakstenen dienen qua kleur, formaat, hardheid en vochtopname overeen te komen met het omringende metselwerk. Ze moeten ook worden aangebracht volgens het oorspronkelijke metselverband. Soms is het moeilijk om bijpassende stenen te vinden. Enkele baksteenfabrikanten hebben zich echter gespecialiseerd in de productie van restauratiestenen.

Voor een goede aanpak gelden een paar principes:

  • Aanhelen of vernieuwen van voegwerk gebeurt in dezelfde soort voeg die al aanwezig is. Een gesneden voeg wordt dus aangeheeld met een gesneden voeg en niet met een platvolle voeg.
  • Ook de kleur en de hardheid van de voeg moeten zo goed mogelijk passen bij het aanwezige voegwerk. Om tot de juiste kleur te komen is het verstandig om een paar monsters op te zetten.
  • Roept de hoeveelheid te vernieuwen voegwerk vragen op, en moeten er wellicht ook nog stenen worden vernieuwd en scheuren worden hersteld, dan geeft een goede arcering van de ingreep op een geveltekening meer duidelijkheid. Een dergelijke aanduiding is ook van belang voor de prijsopgave van de aannemer.

Ontwikkeling

Wanden van gebakken steen kwamen betrekkelijk laat in zwang. De baksteen is een inheems bouwmateriaal en karakteristiek voor de Nederlandse bouw. Weliswaar maakten de Romeinen in ons land al gebruik van platte, tegelvormige bakstenen, maar met het vertrek van de Romeinen ging ook de kunst van het stenen bakken verloren.

Lees meer

 

Deel dit artikel: LinkedIn Google+