Natuursteen

Schade aan natuursteen hangt sterk af van de soort steen en de manier waarop deze is toegepast.

Soorten

Behalve in Zuid-Limburg is in Nederland geen natuursteen voorhanden. Dit bouwmateriaal moest daarom van ver komen. Groeven in Belgi√ę leverden via de Maas en de Schelde donkere kalksteen en witte, zandige kalksteen. Uit Duitsland kwamen via de Rijn zandsteen en tufsteen. In de negentiende en twintigste eeuw worden de spoorwegen belangrijke aanvoerroutes van natuursteen en verschijnen er veel soorten Franse kalksteen en Duitse zandsteen, die men eerder niet zag.

De belangrijkste steensoorten die vanaf de vijftiende eeuw zijn gebruikt, zijn zandsteen en hardsteen.

  • Hardsteen

Hardsteen uit Henegouwen wordt vanaf de zestiende eeuw veel gebruikt, vooral voor vloeren, stichtingsstenen, plintplaten en stoepen. Hardsteen wordt nog steeds veel gebruikt voor dorpels en flankerende neuten van raam- en deurkozijnen. Tegenwoordig komt de steen ook uit groeven in de Ardennen.

Naamse steen is eveneens een donkere, harde kalksteen, maar de kleine gelijkmatig aanwezige fossielen die kenmerkend zijn voor de hardsteen, ontbreken. Naamse steen werd gewonnen in groeves in de omgeving van Namen (B).

Hardsteen wordt door verwering grauwgrijs en krijgt een ruw oppervlak; Naamse steen neemt een meer zilvergrijze kleur aan en voelt vaak gladder aan.

  • Zandsteen

Ledesteen en Gobertangersteen zijn witte, zandige kalksteensoorten die in Brabant, Zeeland en Holland veel zijn toegepast in de vijftiende en zestiende eeuw. Ze blijven wit op de regenkant, maar vormen een donkere gipskorst op plaatsen waar geen regenwater komt.

In de zestiende eeuw wordt zandsteen een belangrijke bouwsteen. In de zeventiende eeuw wordt onder meer het Paleis op de Dam in Amsterdam gebouwd, grotendeels uit Obernkirchner zandsteen. Verder gebruikt men ook veel zandsteen uit Bentheim, even over de grens bij Enschede.

Zandsteen krijgt door verwering een wat grauw, donkergrijs uiterlijk.

Toepassing

Tot in de twintigste eeuw gebruikte men dikke blokken natuursteen. Deze werden onderling en aan achterliggend metselwerk verankerd met ijzeren doken (staven). De doken werden vast gegoten met lood. Bij binnendringend water gaan ijzeren doken roesten, waardoor de steen scheurt.

Het is van groot belang om voordat er wordt ingegrepen, eerst vast te stellen om welke soort steen het gaat en wat de oorzaak van het probleem is. Kennis van natuursteen is schaars. Treden er gebreken op, dan is het aan te bevelen een deskundige in te schakelen.

Ontwikkeling

De oudste romaanse kerkjes en torens zijn vrijwel geheel opgetrokken uit het relatief lichte, vulkanische tufsteen. Ze bestaan uit een binnen- en een buitenmuur van tufsteen, opgevuld met puin en ander los materiaal, het zogenaamd kistwerk.

Lees meer

 

Deel dit artikel: LinkedIn Google+